Reglement carnavalsoptocht gemeente Best

PDF-versie van het reglement carnavalsoptocht Gemeente Best kan HIER worden gedownload.

 

REGLEMENT CARNAVALSOPTOCHT GEMEENTE BEST 2017

STATUS

Deze voorwaarden zijn een onderdeel van de vergunningverlening. De vergunninghouder dient te zorgen dat de deelnemers zich houden aan de voorwaarden. Bij deze voorwaarden is een toelichting geschreven.

VOORWAARDEN

ALGEMEEN

  1. Alle deelnemers dienen zich te onthouden van bedreiging, discriminatie en/of ernstige belediging.
  2. Deelnemers mogen geen discriminerende teksten of tekens vertonen.
  3. De vergunninghouder zorgt voor voldoende verkeersregelaars als bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994 tijdens de optocht.
  4. Op de opstelplaats mogen geen activiteiten plaatsvinden die afbreuk doen aan het in de juiste volgorde opstellen van de optocht en het tijdig vertrek daarvan.
  5. Niet nakomen van de voorwaarden uit dit reglement kan uitsluiting van (verdere) deelname met zich meebrengen.
  6. Alle instructies van politie, brandweer en gemeente moeten strikt worden opgevolgd door zowel de vergunninghouder als de deelnemers.

CONTRUCTIE EN (BRAND)VEILIGHEID

  1. De afmetingen van enige uitbeelding mag maximaal 6,50 meter hoog gemeten vanaf de straat, 4,10 meter breed en 15,00 meter lengte starre combinatie bedragen.
  2. De maximaal toegestane hoogte van enig afbeelding als genoemd in voornoemd artikel is niet van toepassing indien gebruik wordt gemaakt van een schuif- en/of kantelmechanisme doch niet hoger dan 8,00 meter en binnen redelijke tijd terug te brengen naar maximaal 6,50 meter.
  3. Alle wagens en trekkers met wielen groter dan 23 inch en een gewicht groter dan 750 kilogram dienen op een deugdelijke manier aan de voor-, achter- en zijkanten dicht te zijn zodat de wielen worden afgeschermd, waarbij aan de onderzijde een vrije ruimte aanwezig moet zijn van minimaal 25 tot maximaal 35 centimeter.
  4. Alle wagens dienen op een deugdelijke manier aan het trekkende voertuig te worden bevestigd.
  5. Bij wagens waarop personen worden vervoerd is een deugdelijke railing als valbeveiliging aangebracht. Deze bestaat minimaal uit twee horizontaal aangebrachte constructiedelen op een hoogte van 60 centimeter en 120 centimeter. Als kinderen (jonger dan 12 jaar) op de wagen worden vervoerd moet tevens een derde constructiedeel op een hoogte van 30 centimeter zijn aangebracht. Indien een railing niet mogelijk is, dient gebruikt te worden gemaakt van goedgekeurde valbeveiliging.
  6. Bij gebruik van luchtdrukflessen, compressoren of anderszins dient elke fles of ketel goedgekeurd te zijn. Tevens dienen goedgekeurde slangen, slangklemmen of reduceerinrichtingen te worden gebruikt. De maximale toegestane druk is 8 bar.
  7. Bij grote wagens (gemotoriseerd, zwaarder dan 750 kilogram en/of wielen groter dan 23 inch) dienen minimaal vier begeleiders aanwezig te zijn; op iedere hoek minimaal één. De begeleiders moeten duidelijk herkenbaar zijn aan een witte armband om de linkerarm of een afzonderlijk tenue met het verenigingslogo.
  8. De bestuurder van het voertuig dient te allen tijde een goed uitzicht te hebben. Een afwijking hiervan is alleen toegestaan als vier begeleiders en de chauffeur van de wagen, gezamenlijk in direct onderling contact met elkaar staan via een elektronisch communicatiemiddel.
  9. Brandveiligheid
    • Op elke wagen dient ten minste één goedgekeurd draagbaar blustoestel met een inhoud van minimaal 6 liter/kilo aanwezig te zijn, geschikt voor het blussen van branden in brandklasse A, B en C.
    • Het gebruik van open vuur tijdens de optocht is niet toegestaan.
    • Bij gebruik van een generator ter opwekking van elektrische energie dient deze te zijn voorzien van een deugdelijke isolatiebewaking.
    • Er mag maximaal 10 liter brandbare vloeistof als voorraad worden meegevoerd. Deze dient geborgen te zijn in deugdelijke, speciaal daartoe bestemde houders.
    • Met name aan de buitenzijde van een object dient het gebruik van gemakkelijk brandbare materialen (piepschuim, plastic, etc.) zoveel mogelijk te worden beperkt.
    • Indien het trekkende voertuig wordt ingepakt, dient een goede ventilatie van uitlaatgassen aanwezig te zijn.
    • Vluchtmogelijkheid van zowel bestuurder als passagier(s) dient te allen tijde gewaarborgd te zijn.
    • Gebruik van gasflessen is niet toegestaan.
  10. Er mag niet sneller worden gereden dan 15 km/uur (= juridisch stapvoets).
  11. Het strooien van versnaperingen of anderszins is verboden.

ALCOHOL

  1. Voor Het gebruik van alcoholhoudende dranken en/of geestverruimende middelen tijdens de optocht door bestuurders en begeleiders gelden de desbetreffende bepalingen uit de Wegenverkeerswet.
  2. Bestuurders en begeleiders die deelnemen aan de optocht dienen voor aanvang, tijdens de optocht medewerking te verlenen aan een eventuele controle op alcoholgebruik. Niet medewerking verlenen leidt tot uitsluiting van (verdere) deelname. Chauffeurs en begeleiders van grote wagens dienen op de opstelplaats bij de wagen aanwezig te zijn.

MILIEU/ HINDER

  1. Het is niet toegestaan confetti te gebruiken waarin plastic is verwerkt.

SLOTBEPALINGEN

  1. De optochtcommissie heeft het recht deelnemers uit te sluiten indien zij vindt dat met ondeugdelijk materiaal wordt deelgenomen.
  2. Eventuele afwijking van de voorwaarden zijn alleen toegestaan, na voorafgaande schriftelijke instemming van de gemeente. Deelnemers maken een dergelijk verzoek tijdig kenbaar bij de vergunninghouder. De vergunninghouder vraagt om instemming van de gemeente.

TOELICHTING BIJ VOORWAARDEN CARNAVALSOPTOCHT

ALGEMEEN

  1. Dat alle deelnemers zich dienen te onthouden van bedreiging, discriminatie en ernstige belediging is gesteld vanwege de goede gang van zaken. Het is vanuit het oogpunt van openbare orde en veiligheid niet wenselijk dat dergelijk gedrag wordt getoond.
  2. Het verbod op discriminerende teksten of tekens is gesteld vanwege de goede gang van zaken. Het is vanuit oogpunt van openbare orde en veiligheid niet wenselijk dat dergelijke teksten of tekens worden getoond.
  3. Deze bepaling is opgenomen uit oogpunt van openbare orde. Eenduidigheid in instructies is gewenst. Derhalve is vastgehouden aan de term Verkeersregelaars als bedoeld in de wet. In deze wet is nauwkeurig beschreven waar deze verkeersregelaar aan moet voldoen.
  4. De opstelplaats is er voor bedoeld om wagens op te bouwen en de indeling van de optocht te maken. Zodra deelnemers op de opstelplaats aanwezig zijn is het van belang dat zij hun volledige medewerking verlenen, zodat de optocht in de juiste volgorde en zonder vertraging kan starten. Het is niet toegestaan activiteiten op de opstelplaats te ondernemen die hieraan afbreuk doen.
  5. Deze bepaling is opgenomen om daadkrachtig te kunnen optreden zonder dat de optocht vertraging hoeft op te lopen.
  6. Deze bepaling is opgenomen om situaties waarin deze voorwaarden niet voorzien, maar waar naar het oordeel van de met controle belaste functionarissen een onveilige situatie bestaat, toch op te kunnen treden.

CONSTRUCTIE EN (BRAND)VEILIGHEID

  1. Bij de inrichting van het wegennetwerk in Nederland en dus ook de gemeente Best is uitgegaan van een aantal uitgangspunten. Uitgangspunten zijn onder andere maximale lengte, hoogte en breedte. Wanneer een voertuig deze afmetingen te boven gaat, kan het gebeuren dat er een probleem bestaat bij bijvoorbeeld het nemen van een bocht of de onderdoorgang van verkeerslichten/ straatverlichting/ bomen. De maximale breedte is tevens opgenomen zodat hulpverleningsvoertuigen in geval van een calamiteit in de optocht de wagens kunnen passeren.

LET OP: Voertuigen die gebruik willen maken van de Nieuwstraat dienen rekening te houden met de straatverlichting die daar over de weg hangt op een hoogte van 4,50 meter.

  1. De maximale hoogte van 8,00 meter, welke binnen redelijke termijn terug te brengen is naar 6,50 meter, is bepaald vanwege de volgende (brand)veiligheidsoogpunten:
    • Langs wegen dient een minimale doorrijhoogte te zijn van 4,25 meter. De gemeente is verantwoordelijk voor het beheren van de bomen. Tijdens het reguliere onderhoud worden de bomen gesnoeid tot ca 6,50 meter. Om het risico van afbrekende takken die op deelnemers of toeschouwers kunnen vallen te beperken, is voor wagens een maximale hoogte gesteld van 8,00 meter én de verplichting dat deze binnen redelijke tijd terug te brengen is naar 6,50 meter.
    • De hoogte van een voertuig dient zo veel mogelijk te worden beperkt vanwege de kans op het topzwaar worden van de wagen met als gevolg dat deze kan kantelen.
    • Om een beginnende brand effectief te kunnen beheersen/ bestrijden geldt er een verplichting om een draagbaar blustoestel aanwezig te hebben. Hoe hoger de wagen des te moeilijker, danwel onmogelijk, het wordt om met eigen blusmiddelen effectief een beginnende brand te kunnen beheersen/ bestrijden. Een grote brand waarbij de brandweer ter plaatse moet komen dient zo veel als mogelijk te worden voorkomen gelet op de beperkte bereikbaarheid van een wagen in de optocht en de risico’s die een onbeheersbare brand met zich mee brengen voor deelnemers en toeschouwers.
    • Teneinde het risico op letsel van deelnemers en/of toeschouwers zo veel mogelijk te beperken bij het onverhoopt afbreken van delen van een wagen, moet de hoogte van enige uitbeelding zo veel mogelijk worden beperkt.
  2. Deze bepaling is opgenomen omdat in de praktijk is gebleken dat er gebruik wordt gemaakt van landbouwvoertuigen, vrachtwagens en opleggers. Een eigenschap van deze voertuigen is de grote afmeting van de wielen. (23 inch = 58,42 centimeter) Om de kans op het overrijden zoveel mogelijk te voorkomen zijn er voorwaarden gesteld aan het afschermen van wielen, waarbij rekening is gehouden met het nemen van drempels en stoepranden.
  3. Deze bepaling is opgenomen omdat in de praktijk is gebleken dat het voorkomt dat voertuigen met bijvoorbeeld een touw worden voortgetrokken. Het risico daarvan is dat wanneer het getrokken voertuig geen eigen reminrichting heeft, deze niet tijdig stilgezet kan worden met alle risico’s van dien.
  4. Omdat vaak sprake is van relatief hoge uitbeeldingen bestaat zonder deze railing of het hebben van persoonlijke valbeveiliging het risico dat mensen van grote(re) hoogte kunnen vallen met alle gevolgen van dien. In het artikel wordt de minimale verplichting aangegeven met gebruikmaking van horizontale constructiedelen (bijv. houten balken of stalen buizen); met een stevige dichte constructie (bijv. houten platen) op een hoogte van 120 centimeter wordt ook aan dit artikel voldaan. In geval van nood moeten personen de wagen wel direct kunnen verlaten.
  5. Omdat drukhouders een groot risico kunnen vormen worden voorwaarden gesteld om dit risico zoveel mogelijk te beperken.
  6. Deze bepaling is opgenomen omdat het risico bestaat dat er uitstekende voorwerpen op de wagen zijn geplaatst. Daarnaast bestaat, ondanks het bepaalde in artikel 2, nog steeds het risico dat er personen onder de wielen kunnen komen of tussen het trekkend voertuig en de wagen. Begeleiders moeten voldoende herkenbaar zijn om te kunnen dienen als aanspreekpunt voor zowel organisatie als overheid.
  7. Van de begeleider wordt verwacht dat hij/zij in staat is in te grijpen op die momenten dat het mis dreigt te gaan en de organisatie en/of overheid te woord kan staan. Kinderen kunnen niet worden ingezet voor de invulling van deze taak met bijbehorende zware verantwoordelijkheid. De begeleiders dienen over voldoende overredingskracht te beschikken.
  8. Deze bepaling is opgenomen om de bestuurbaarheid van het voertuig te borgen. De bestuurder moet goed zicht hebben op de weg en moet kunnen anticiperen op gedrag van omstanders. Wanneer het noodzakelijk is dat de chauffeur ‘ingebouwd zit’ dienen alle begeleiders zoals bedoeld in artikel 14 alsmede de chauffeur te zijn voorzien van een portofoon. Dit om radiografisch in contact te kunnen blijven met de bestuurder en op deze wijze te borgen dat omstanders zo min mogelijk risico lopen.
  9. Deze bepaling is opgenomen om de brandveiligheid zoveel mogelijk te borgen.
    • De aanwezigheid van een brandblusmiddel wordt geëist om een beginnende brand te kunnen bestrijden. Omdat de materialen waarvan de uitbeeldingen zijn vervaardigd veelal brandbaar zijn is het noodzakelijk om een beginnende brand te kunnen bestrijden. Andere factor daarbij is dat er mensen op de wagens kunnen staan, welke veelal niet snel van de wagen af kunnen.
    • Gebruik van open vuur is niet toegestaan omdat vuur niet gewenst is gelet op de brandbare materialen waarvan de uitbeeldingen veelal zijn vervaardigd.
    • Het gebruik van een generator ter opwekking van elektrische energie (aggregaat) moet zijn voorzien van een isolatiebewaking, welke vergelijkbaar is met een aardlekschakelaar en een zekeringkast. Deze voorkomt oververhitting en de kans op brand.
    • Omdat de aanwezigheid van brandbare vloeistof risico’s met zich meebrengt zijn voorwaarden gesteld aan de maximale hoeveelheid. De optocht trekt hooguit 3 uur, waarvoor geen grote hoeveelheid aan brandstof noodzakelijk is. De brandbare vloeistof moet in daarvoor geschikte jerrycans worden vervoerd.
    • Het gebruik van brandbare materialen is niet te voorkomen. Om de risico’s toch zoveel mogelijk te beperken wordt u hier verzocht rekening te houden met de toepassing van materialen. In het verleden is in een optocht elders in het land bijvoorbeeld gebruik gemaakt van watten. Deze zijn uitermate brandbaar. Er zijn in dien optocht diverse gewonden van brandwonden gevallen. Probaar daarom het gebruik van brandbare materialen zoveel mogelijk te beperken.
    • Goede ventilatie van uitlaatgassen is noodzakelijk omdat anders inzittenden bedwelmd kunnen raken door de uitlaatgassen.
    • Dat vluchtwegen uit en vanaf de wagen gewaarborgd moeten zijn is gesteld omdat gebleken is dat soms onacceptabele capriolen moeten worden uitgehaald om mensen op of in de wagen te krijgen. Onacceptabel is bijvoorbeeld wanneer mensen met een kraan op de wagen moeten worden gezet. Ook bestuurders van voertuigen die volledig zijn ingepakt is niet acceptabel.
    • Het gebruik van gasflessen (zoals bijvoorbeeld propaan voor verwarming) is verboden gesteld omdat deze bij een eventuele brand onacceptabele risico’s kunnen vormen.
  10. Het maximaliseren van de snelheid is gedaan om de bestuurder van een toch wel bijzonder voertuig meer tijd te geven om te kunnen reageren op het gedrag van omstanders of bij eventuele ontstane technische mankementen aan het voertuig.
  11. Strooien van versnaperingen of anderszins is niet toegestaan vanwege het risico dat toeschouwers te dicht bij de voertuigen komen.

ALCOHOL

  1. Bestuurders van voertuigen mogen niet onder invloed verkeren zoals bepaald in artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994. Gelet op de belangrijke taak van de begeleiders van grote wagens (begeleiden/ ondersteunen van de chauffeur en toezicht op de veiligheid voor het publiek) geldt deze bepaling ook voor hen.
  2. De vergunninghouder en de overheid (politie/ gemeente) behouden zich het recht om deelnemers aan de optocht te onderwerpen aan een alcoholtest. Om vertraging van de start van de optocht te voorkomen is tevens gesteld dat in ieder geval de chauffeur en de begeleiders op de opstelplaats bij de wagen aanwezig moeten zijn.

MILIEU/HINDER

  1. Om milieutechnische redenen is het verboden om confetti te gebruiken waarin plastic is verwerkt.

SLOTBEPALINGEN

  1. Deze bepaling is opgenomen als zogenaamd ‘kapstokartikel’ die de vergunninghouder in staat stelt om deelnemers uit te sluiten indien twijfel bestaat over de constructie en/of veiligheid van een voertuig, waarbij zij van mening is dat deze een risico kan vormen voor de deelnemers en/of toeschouwers.
  2. Deze bepaling is opgenomen om in voorkomende gevallen af te kunnen wijken van deze voorwaarden. Voorwaarde daarbij is dat de vergunninghouder richting gemeente voldoende kan aantonen dat de beoogde situatie veilig is en gelijkwaardig aan de voorwaarden zoals gesteld in dit reglement.